zaterdag 10 maart 2007

De doop

Doopstudie
In de zomer van 2004 sloten kennissen van mij zich aan bij de plaatselijke Evangelische gemeente en lieten zich (her)dopen. Dat was voor mij de aanleiding om me te gaan verdiepen in de doop. Ik kende natuurlijk wel het doopsformulier, maar ik wilde weten wat de bijbel er nou over zei. In eerste instantie richtte ik me op het verschil tussen de kinderdoop en de volwassendoop cq. geloofsdoop. Maar ik kwam er al snel achter dat ik het grondig zou moeten aanpakken: ik moest eerst stilstaan bij wat de doop nu eigenlijk wil zeggen, voordat ik ook maar iets zou kunnen zeggen over kinder– of geloofsdoop.

Ik kwam erachter dat de doop een geweldig rijk geschenk is van God. Dat heb ik beschreven in onderstaand artikel. Ik heb het in oktober 2004 geschreven. We hebben het toen ook op onze bijbelstudiegroep behandeld.

Een kleine toelichting: op het moment dat ik dit schreef kon ik niet meer zo goed uit de voeten met de kinderdoop. Hoewel dit artikel niet over het verschil kinderdoop vs. geloofsdoop gaat, klinkt in een enkele zin deze mening er wel in door. Maar ik sta wel achter de grote lijn. Op dit moment moet ik erkennen dat ik toentertijd een denkfout heb gemaakt. Dat wil ik toelichten in een andere post.

De voornaamste reden dat ik dit artikel hier plaats is dat door deze doopstudie mij duidelijk is geworden hoe belangrijk de eenheid met Christus is voor een christen. Het is voor mij een begin geweest om me (weer) bezig te gaan houden met de kernzaken van het geloof. En zo ben ik ook weer uitgekomen bij de vraag wat gereformeerd nu precies is.

De rijkdom van de doop
Alle Schriftaanhalingen komen uit de NBG ‘51 tenzij anders vermeld

Het belang van de doop
Vlak voor zijn hemelvaart zei Jezus tegen zijn discipelen:

Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. Matt 28:19
Het valt op dat Jezus hier expliciet de doop noemt. Stel dat Jezus het punt over de doop had weggelaten, dan zou dit voor ons gevoel toch nog steeds een mooie opdracht zijn? Hoewel de doop niet wordt uitgelegd is dus wel duidelijk dat de doop van groot belang is: De Here Jezus wil dat zijn discipelen gedoopt zijn. Wat houdt het gedoopt zijn dan in?

Onderscheidend
De doop onderscheidt. Dit kunnen we eigenlijk al opmaken uit de aangehaalde tekst uit Matt 28. De Here Jezus wil dat al zijn discipelen gedoopt worden. Daarmee zijn ze uiterlijk onderscheiden van hen die geen discipelen van Jezus zijn. De doop is dus een markering.

Samenbindend
Naast het onderscheidende aspect, bindt de doop ook samen. Het is een teken van ‘erbij horen’. Mensen die gedoopt zijn hebben iets gemeenschappelijks. Ze vormen een eenheid:
Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus; 13 want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt. 1 Kor 12:12-13
Het gaat hier over de Heilige Geest die ons tot één lichaam heeft gedoopt. Allerlei verschillen vallen weg: Jood of Griek, vrije of slaaf, ze vormen een eenheid. Ik denk dat met het woord doop hier niet de waterdoop wordt bedoeld. Maar de waterdoop is wel een beeld van dat wat de Heilige Geest doet.

Het ‘tot één lichaam gedoopt’ worden, vereist een kleine toelichting: in het engels staat er namelijk ‘baptized into’. Dit kun je vertalen als: naar binnen toe of: tot in. Door de Heilige Geest worden wij dus tot in één lichaam gedoopt, het Lichaam van Christus. Ingelijfd.

Eén met Christus
De Geest doopt ons dus tot in Christus’ Lichaam. Het beeld van deze geestelijke doop, de waterdoop, toont dus onze eenheid met Christus. Paulus typeert deze eenheid als volgt:
Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelven lief. 29 Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente. 30 Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen. 31 Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen. 32 Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente. Ef 5:28-32 (St.Vert.)
Ik citeer dit uit de Statenvertaling vanwege vooral vers 30, maar ook 31. Hier wordt letterlijk Gen 2:23-24 geciteerd! Paulus past deze uitspraak van Adam toe op de gemeenschap tussen Christus en zijn Gemeente. De eenheid tussen ons – het Lichaam van Christus – en Christus ons Hoofd wordt vergeleken met de gemeenschap tussen man en vrouw! Dit houdt geweldig veel in. Als we een zijn met Christus dan:
  • Zijn we gereinigd;
  • Zijn we begraven;
  • Hebben we een nieuw leven.
Gereinigd
In Hand 22:16 zegt Ananias tegen de pas bekeerde Paulus:
En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam. Hand 22:16
We moeten zonden niet verwarren met zonde. Wij zijn door de zondeval van Adam, van nature allemaal zondig. Het gevolg is dat we zonden doen. Wij zijn te vergelijken met een zieke boom (zondig), met als gevolg dat wij zieke vruchten (zonden) voortbrengen.

In de brief aan de Hebreeën wordt duidelijk dat ons bewustzijn gereinigd moet worden van dode werken, van zonden, door Christus’ bloed:
Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, 14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen? Heb 9:13-14
Ons bewustzijn, dat is ons geweten, moet gereinigd worden. Ook Petrus heeft het daarover:
Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus. 1 Petr 3:21
Het doopwater zelf kan ons bewustzijn, ons geweten niet reinigen. Het gaat ook niet om wat het water doet, maar om wat het uitbeeldt: wij moeten schoongewassen worden, gereinigd. En dat kan! In de Naam van Jezus.

Begraven
Paulus verbindt de doop in Romeinen 6 met Christus’ dood:
Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? 4 Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Rom 6:3-4
Het Griekse woord voor doop (baptizo) betekent letterlijk onderdompelen. En eigenlijk is het nog sterker: in het Grieks is een gedoopt schip een schip dat vergaan is en op de bodem van de zee ligt! Begraven dus, en zodanig dat het niet meer boven komt. Dit is eigenlijk de kern van de doop.

Begraven. Dat beeldt de doop dus uit, maar dan met betrekking tot ons! Wij zijn met Christus begraven in de dood. Dit heeft alles te maken met ons oude leven, onze oude mens. Deze moet sterven. Waarom? Ik had het net over zieke vruchten van de zieke boom. Nu moeten niet alleen de zieke vruchten (zonden) weg; we moeten ook verlost worden van de ziekte zelf (de zonde). Dat kan alleen maar door de dood:
dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; 7 want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Rom 6:6-7
Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Rom 6:10
Onze zonden, onze overtredingen, heeft Jezus heeft door zijn lijden verzoend. Maar Hij is ook gestorven. Hij is tot zonde gemaakt, voor ons. En volgens de bijbel is het loon van de zonde de dood (Rom 6:23). Hij heeft dat ‘loon’ gekregen. Hij is gedoopt, ten onder gegaan. Denk in dit verband aan deze uitspraak van Hem:
Ik moet gedoopt worden met een doop, en hoe beklemt het Mij, ... Luc 12:50a
Nu zegt Paulus in Rom 6:6 dat onze oude mens medegekruisigd is. Wij zijn zo één met Christus dat we kunnen zeggen dat wij gestorven zijn, en dus verlost van de macht van de zonde, want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde (vers 7).

Enerzijds beeldt de doop dus iets verschrikkelijk uit. Wij moeten sterven. Dat is de enige manier om verlost te worden van de zonde. De zieke boom moet omgehakt. Anderzijds is het juist daardoor dat we verlossing krijgen. Als je gedoopt bent, dan ben je dood en begraven. En daarom vrij van de zonde. De zonde ‘kent’ ons niet meer.

Nieuw leven
Gelukkig laat God het niet bij een omgehakte boom. Hij geeft nieuw leven. Wij mogen delen in de opstanding van Christus. Later, maar ook nu al. Ook dit laat de waterdoop zien. Bij een doop door onderdompeling wordt dat duidelijk als de dopeling weer boven water komt en daaruit opstaat. Onze oude mens blijft als het ware achter in het watergraf, maar een nieuwe mens staat op. Geboren uit het water. De doop beeldt dus de wedergeboorte uit. Het is niet voor niets dat wedergeboorte vergeleken wordt met een (water)bad:
Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens. Tit 3:4-7
Wedergeboorte is net als een bad waar je doorheen gaat: je daalt af in het bad, je gaat volledig (ten) onder, je vuile oude mens blijft achter in het water, en je komt er uit als een nieuwe mens. Precies wat de waterdoop ons wil tonen.

Het is niet toevallig dat we gedoopt worden met water. Water staat in de bijbel voor leven:
Jezus antwoordde en zeide tot haar (de Samaritaanse vrouw): Een ieder, die van dit water drinkt, zal weder dorst krijgen; maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, 14 maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven. Joh 4:13-14
En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! 38 Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. 39 Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. Joh 7:37-39
Water staat dus voor leven, eeuwig leven door de Heilige Geest. Maar water staat ook voor het woord van God:
Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, 26 om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, 27 en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet. Ef. 5:25-27
Het woord, dat is het onvergankelijke zaad waaruit wij wedergeboren worden:
Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid (d.i. geloof) aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief, als wedergeborenen niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God. 1 Petr 1:22-23
Het woord zelf staat ook voor leven:
De Geest is het, die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven. Joh 6:63
We worden dus wedergeboren door het woord van God en de Heilige Geest:
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water (woord) en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Joh 3:5
Nog even terug naar Titus 3. Als we goed lezen staat daar niet alleen ‘bad der wedergeboorte’, maar ‘bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest’. Iemand die wedergeboren is, heeft de Heilige Geest ontvangen. De Geest heeft ons vernieuwd. Maar Hij zal dat ook blijven doen, zoals we kunnen lezen in 2 Kor 4:
Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd. 2 Kor 4:16
Samengevat
De doop is een prachtige markering. De doop zet ons apart van de wereld en bindt ons samen. De doop toont ons ook onze verbondenheid aan en onze eenheid met Christus. Dat houdt in dat ons oude leven wat God betreft achter ons ligt. We mogen weten dat we zijn gestorven, dat we zijn begraven, dood voor de zonde. In Christus zijn we een nieuwe schepping, wedergeboren. Dat schept rust en ruimte voor een nieuw leven tot eer van God.

2 reactie(s):

Johan zei

Hallo,

Voordat ik mijn reactie geef en mijn vraag stel, zal ik me eerst even voorstellen. Mijn naam is Johan Noot. Ik ben vanaf mijn geboorte lid van de CGK te groningen. Op dit moment ben ik druk bezig studie te maken van de doop. Wat is de doop die God bedoeld in de bijbel? En dat is nog niet zo gemakkelijk. Ik heb daarom een vraag en hoop dat je die kan en wil beantwoorden: Volgens de gereformeerde leer is de doop oa een teken van Gods verbond. God komt in de doop naar het kind (of volwassene) toe om zijn verbond te bevestigen. Maar waar in de bijbel vind ik dat dit zo bedoeld wordt? Waarom kan de doop geen antwoord zijn op het verbond? En de andere vraag is: In welk verbond wordt je ingelijft bij de kinderdoop? Is dat alleen in het oude verbond met Abraham of is dat ook in het nieuwe verbond met Jezus. Indien wij gedoopt zijn in (onder andere) het verbond met Abraham, maakt die doop ons dan een Jood? Ik ben benieuwd naar je reactie!! Als je wilt reageren, dan kan je me schrijven via emailadres: nootj@telfort.nl

Alvast hartelijk bedankt.
mvg Johan Noot

volgeling zei

Hoi Johan,

In Genesis 17 doet God beloften aan Abraham (dat is Gods kant) en vraagt hij van Abraham dat hij het verbond houdt door zichzelf en zijn nageslacht te besnijden (dat is Abrahams kant). Duidelijk is dat de besnijdenis hier het teken van het verbond wordt genoemd (vers 11). Die besnijdenis is iets wat Abraham zelf moet uitvoeren en waar hij voor verantwoordelijk wordt gesteld.
Je zou kunnen zeggen dat het feit dat Abraham zichzelf en zijn nageslacht besnijdt een bewijs is van zijn vertrouwen in Gods beloften. Het laat zien dat hij God gelooft.
Zo is het ook met de doop: Het is een daad van geloof als gelovige ouders hun kinderen laten dopen. Zij hechten geloof aan Gods beloften waarvan de doop het teken en zegel is. Ten diepste is de inhoud van die beloften hetzelfde als wat God aan Abraham beloofde, namelijk: 'ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen' (Gen. 17:13).
Dus in elke kinderdoop zit een element van een antwoord op Gods verbond: ouders antwoorden door hun kinderen te laten dopen.

Wat betreft het verbond waarbij je wordt ingelijfd: Dat is het verbond met Abraham, en dat is in deze tijd hetzelfde als het nieuwe verbond, omdat je in de tijd na Christus alleen door het geloof in Hem nageslacht van Abraham bent. (Zie ook mijn reacties op je weblog).

Over je opmerking of je dan een Jood wordt: ja, in zekere zin zou je dat zo kunnen stellen. Rom. 2:29 zegt: 'Jood is men door zijn innerlijk, en de besnijdenis is een innerlijke besnijdenis. Het is het werk van de Geest, niet een voorschrift uit de wet, dus wie innerlijk een Jood is, ontvangt geen lof van mensen maar van God.'
Een gelovige uit de heidenen die innerlijk besneden is in Paulus' ogen dus een echte Jood.

Groet,
volgeling