Posts tonen met het label Persoonlijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Persoonlijk. Alle posts tonen

zaterdag 10 maart 2007

Waarom kinderdoop?

Doopstudie
Zoals je kunt lezen in mijn blog over de doop heb ik in 2004 een studie gedaan naar wat de doop nu precies inhoudt. Het doel daarvan was om er achter te komen of de kinderdoop bijbels is. Vrijwel alle evangelische christenen en baptisten wijzen de kinderdoop af. Zij dopen op geloof. De leeftijd kan variëren, maar baby's (zuigelingen) worden niet gedoopt. Er moet sprake zijn van (zichtbaar) geloof.

Ik moet bekennen dat ik - door het studeren op de doop en na het lezen van veel artikelen van zowel evangelische als gereformeerde zijde - op een bepaald moment meer zag in de geloofsdoop, dan in de kinderdoop. Ik kon toen niet goed uit de voeten met het verbond. Ik zat met vragen als: Hoe steekt dat verbond nu in elkaar? Hoe hangt het samen met wedergeboorte?

In die tijd heb ik God vaak gebeden of Hij mij duidelijkheid wilde verschaffen. Als God wilde dat ik mij (opnieuw?) moest laten dopen, dan zou Hij mij dat wel duidelijk maken. Op een gegeven moment heb ik het laten rusten, mede doordat andere zaken in de kerk mijn aandacht opeisten.

Denkfout
Maar toen - halverwege 2005 - raakte mijn vrouw in verwachting. Ineens was de doop weer actueel. Want wat doe je straks als het kindje geboren wordt? Ik ben dus wéér gaan bidden en lezen en studeren. En ik ben er voor mezelf achter gekomen dat ik eerder een denkfout gemaakt heb.

Die denkfout was: ik bezag kinderen van gelovige ouders op dezelfde manier als volwassen ongelovigen! Maar de Bijbel doet dat niet! ‘Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door de man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.’ (1 Korinthe 7:14 SV77). Kinderen van gelovige ouders, al is er maar één gelovige ouder, worden gerekend tot de heiligen. En daardoor ging ik zien dat de bijbel, ook in het Nieuwe Testament, ‘inclusief’ rekent. Als iemand tot geloof komt, dan wordt zijn ‘huis’ daarbij betrokken, tot en met de slaven toe. Zie bijv. Handelingen 16 over Lydia en de gevangenbewaarder van Filippi. Dat principe kende ik al vanuit het Oude Testament. Abraham moest iedereen van het mannelijk geslacht in heel zijn huis, dus ook slaven en buitenlanders, laten besnijden. God rekende al die mensen — en zij waren géén natuurlijk nageslacht van Abraham — er ook bij!

Ik besef dat er nog veel meer over te zeggen valt, maar dit inzicht is voor mij reden geweest om mijn standpunt over de kinderdoop te herzien.

vrijdag 9 maart 2007

Belijdenissen

Vroege kerk
In de eerste eeuwen na Christus had de kerk al te maken met diverse dwaalleren. Uit die tijd stammen de 3 oude belijdenissen:

3 Formulieren van enigheid
In de 16e en 17e eeuw, kort na de Reformatie, zijn de zgn. 3 Formulieren van Enigheid ontstaan. Dat betreffen de volgende belijdenissen:
Van deze 3 Formulieren van Enigheid is de Heidelbergse Catechismus wel de bekendste. In mijn kerk wordt geregeld aan de hand van deze Catechismus gepreekt.

Aversie?
In mijn geloofsontwikkeling heb ik een periode gekend, waarin ik maar weinig moest hebben van deze belijdenissen. Ik vond ze maar stoffig, niet meer van deze tijd, ja zelfs belemmerend voor mijn geloof! Ik kon er bijvoorbeeld niet tegen als iemand antwoordde met een stukje uit de Catechismus, in plaats van met een bijbeltekst. Zo kreeg ik een bepaalde aversie tegen de belijdenissen. En ik denk dat ik niet de enige ben...

Denkfout
De fout die ik daarbij maakte was dat ik de belijdenissen daarvan de schuld gaf. Maar het probleem zit niet in de belijdenissen, maar in de manier waarop je ermee omgaat! Ik heb dat in ieder geval bij mezelf geconstateerd, en merk dat ook wel bij anderen in gesprekken.

Gebrek aan kennis
Achteraf moet ik zeggen dat ik dat er bij mij sprake was van een gebrek aan kennis van Gods Woord, de Bijbel. Zoals ik ook in ‘ontdekkingstocht’ heb beschreven, heeft het bij mij lang geduurd voordat de Bijbel echt open ging. En dat is nu precies de oorzaak geweest van mijn verkeerde omgang met (en kijk op) de belijdenissen. Het ontbrak mij aan voldoende kennis van Gods Woord, de Bijbel. Maar de laatste anderhalf jaar is de Bijbel voor mij echt open gegaan. En ik merk dat ik nu ook de belijdenissen weer meer ga waarderen.

Intentie
Door dit alles is het mij ook veel duidelijker geworden wat de intentie is van de belijdenissen. Het nooit of te nimmer de bedoeling geweest dat ze op hetzelfde niveau als de Bijbel zouden komen te staan. Ook is het nooit de bedoeling geweest dat ze voor de Bijbel zouden schuiven. Nee, ze willen juist alle aandacht verleggen naar Gods Woord!

Houding
De belijdenissen zijn zeer waardevolle instrumenten, hulpmiddelen, om de Bijbel te leren kennen. Ik denk dat dit al grote winst zou betekenen: als we leren minder krampachtig met de belijdenissen om te gaan. Enerzijds ontmoet ik mensen met aversie, zoals ik die ook heb gehad. Anderzijds, ontmoet ik mensen die, naar het schijnt, de belijdenissen bijna als Gods Woord zien — misschien wel als tegenreactie. Onze houding tegenover de belijdenissen is belangrijk, niet alleen voor onszelf, maar ook voor wat we uitstralen naar onze kinderen, en naar anderen toe.

Ontdekkingstocht

Van doop tot belijdenis
Ik ben mijn hele leven al gereformeerd vrijgemaakt geweest. Ik ben in die kerk gedoopt, volgde gereformeerd basis– en middelbaar onderwijs, ging in mijn jeugd naar vereniging en volgde catechisatie. Mijn moeder was echter, voordat ze met mijn vader trouwde, opgegroeid in de christelijk gereformeerde kerk. Mijn moeder heeft in het begin van haar huwelijk erg moeten wennen aan de vrijgemaakte kerk. In haar beleving was deze veel zakelijker en minder warm dan de christelijk gereformeerde kerk. Ze voelde zich in de vrijgemaakte kerk, zeker in het begin van haar huwelijk, niet echt thuis. Zij was dan ook veel meer een gevoelsmens. Zeker in die tijd — de jaren zeventig — was er niet veel ruimte voor het gevoel in het geloofsleven in de gereformeerd vrijgemaakte kerk, in ieder geval in de plaats waar ik toen woonde. Ik denk dat ik wel ben gevormd door deze achtergrond. Geloof, dat was voor mij niet alleen maar verstand; daar hoorde ook het gevoel bij.

Verstand en hart
Maar aan dat gevoel, daar ontbrak het juist aan. Toen ik 18 jaar was ging ik belijdeniscatechisatie volgen. Toen het moment daar was om te beslissen of ik daadwerkelijk belijdenis ging doen, kon ik dat niet. Niet dat ik moeite had met de catechismus of zo. Nee, ik snapte het allemaal precies. Ik ben gezegend met een bovengemiddeld verstand. De hele leer van ellende, verlossing en dankbaarheid was voor mij niet zo’n probleem. Ik was er wel in geïnteresseerd, maar het bleef iets buiten mij. Op dat moment kon ik dat nog niet zo goed onder woorden brengen, denk ik. Maar ik wist wel dat ik toen nog geen belijdenis kon doen.

Achteraf zeg ik: ik geloofde wel met mijn verstand, maar niet zozeer met mijn hart. Ik zag de leer van de catechismus als een waarheid, ja ook wel als dé waarheid, maar toch ook op dezelfde manier, zoals ik op school andere ‘waarheden’ had geleerd.

Toeëigening
In die tijd — het was 1992 — werd ook de Vereniging van 1892 herdacht. (In 1892 gingen de Afgescheidenen (1834) en de Dolerenden (1886) met elkaar samen, waaruit de Gereformeerde Kerken in Nederland ontstonden. Een deel echter ging niet mee: de huidige Christelijk Gereformeerde Kerken). Ook begonnen toen de samensprekingen met de Christelijk Gereformeerden meer op gang te komen. Eén van de zaken waar het toen veel over ging betreft de zgn. ‘toeëigening des heils’. Dat gaat erover hoe jij persoonlijk deel krijgt aan het heil in Christus. Ik had nu een woord gevonden voor wat ik al eerder voelde: ik had wel veel geleerd over de verlossing in Christus, maar het was niet echt een deel van mezelf geworden; ik had het me niet toegeëigend.

In die tijd bad ik tot God. Ik vroeg: Wilt U mij meer gevoel geven? God heeft dat gebed zeker verhoord!

Martyn Lloyd-Jones
Uiteindelijk heb ik twee jaar belijdeniscatechisatie gevolgd en belijdenis gedaan. Ik heb toen van de kerk een prachtig belijdenisgeschenk gekregen: het boek ‘De Bergrede, pastoraal uitgelegd’ van Dr. D. Martyn Lloyd-Jones. Dat boek heeft een enorme impact gehad op mijn geloofsleven. In dat boek vond ik een prachtige balans tussen verstand en hart. Enerzijds het verstand: Lloyd-Jones is zeer analytisch in zijn preken; hij graaft ontzettend diep; hij legt het bijbelgedeelte grondig uit. En tegelijk brengt hij de boodschap zó, dat je er warm van wordt. Ik werd erdoor gegrepen in mijn hart. De boodschap van het evangelie ging steeds meer voor me leven. God was met me bezig.

De bijbel?
Toch bleef de bijbel vaak dicht. Ik las best boeken over de bijbel. Ik ging met veel plezier naar vereniging, ging graag naar de kerk. Maar zelf bijbellezen lukte niet echt. Eenmaal getrouwd bleef dat zo. Een nieuwe omgeving, een andere woonplaats, kennismaken met een andere gemeente; het zorgde wel voor een impuls in mijn geloofsleven. Mijn relatie met God verdiepte zich.

Gebed
Een andere impuls werd veroorzaakt doordat mijn vrouw en ik met nog vier anderen een groeigroep hadden gevormd. We waren sterk op elkaar betrokken. We groeiden echt naar elkaar en ook naar God toe. Daar heb ik ook leren bidden voor anderen. We behandelden een boekje over het gebed en een van de oefeningen was om elke dag op een vast tijdstip te bidden. Voor mij was dat ’s morgens, net voor het ontbijt. Ook hierdoor verdiepte mijn relatie met God zich. Maar nog steeds bleef de bijbel veel dicht.

Moeilijke tijden
In de zomer van 2001 werd ik ziek. Ik had een virale infectie opgelopen, waardoor ik tien weken thuis was, maar het totale herstel duurde ruim vijf maanden. Vooral in de eerste maanden was ik vaak erg moe. Voor mij is dat echt een periode van beproeving geweest. In die tijd vond ik veel bemoediging in een boekje van C.H. Spurgeon: ’De troon der genade’, met daarin 10 preken over het gebed. Eén preek ging over Psalm 50:15 (Statenvertaling): ‘Roept Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren.’ Daar heb ik toen ontzettend veel houvast aan gehad.

Een jaar later — eind 2002 — bleek mijn moeder kanker te hebben. Een lange, zware weg van operatie en chemotherapie volgde, maar alles leek positief. In de zomer van 2003 leek ze van de kanker af te zijn, maar een paar weken later werd die hoop de grond ingeboord: de kanker was terug en ditmaal was er niets aan te doen. Gedurende de periode van haar ziekbed (eind 2003) was ik aardig sterk. Ik bad veel tot God om genezing, maar ook om rust als Gods wil anders zou zijn. Toen duidelijk werd dat ze echt ging overlijden had ik daar redelijk snel vrede mee. Ze overleed eind januari 2004 op 50 jarige leeftijd. Gezien het vele lijden tijdens haar ziekte, zagen we dat echt als een verlossing.

Kort daarna werd ik angstig. Ik kreeg jeuk aan een moedervlek. Zou ik ook kanker krijgen of misschien al hebben, zo dacht ik. Die gedachten hadden mij in de greep. Als ik werkte ging het wel, maar thuis werd ik weer gevangen door die gedachten en had mijn gezin er onder te lijden. Ik kon aan niets anders denken. Dit betekende voor mij tegelijk een enorme geloofsstrijd. Ik wilde rust, ik wilde van die angst af en ik wist: God kan me daarvan bevrijden.

Overgave
Maar ik wilde tegelijk zelf de touwtjes in handen houden. Ik kon me niet overgeven aan God, want wat zou Hij dan met doen? Ik zag het voor me als een sprong in het diepe, maar ik durfde niet, ik kon het niet. Ik vertrouwde God niet. Zo ging dat een paar maanden, totdat ik het op een avond niet meer uithield en op mijn knieën ben gegaan en tegen God zei: ik weet het niet meer, ik kan het niet meer, doet U maar met me wat U wilt. Ik sprong ... en God ving me op!

Achteraf zeg ik: dat moment — ergens aan het begin van de zomer van 2004 — is voor mij een keerpunt geweest. Mensen die mij van daarvoor kennen hebben gemerkt dat ik veranderd ben. Zelf kwam ik tot de ontdekking dat ik honger en dorst had. Honger en dorst naar meer van God, van de Bijbel, van het geloof.

Ontdekkingstocht
God is werkelijk met me bezig gegaan. Hij heeft me geleid langs verschillende wegen, waardoor ik me in verschillende onderwerpen ging verdiepen. De bijbel ging echt open, ik nam tijd om te studeren op allerlei thema’s, zoals de doop, verbond, uitverkiezing en wedergeboorte. Christus is veel meer voor mij gaan leven (voorheen kon ik meer met God de Vader dan met Christus). Veel zaken die ik voor mezelf al als bekend veronderstelde zijn opnieuw, of voor het eerst, tot leven gekomen. God heeft me meegenomen op een (her)ontdekkingstocht. Enkele resultaten daarvan vind je op deze website.

Gereformeerd?!

Gereformeerd? Zo'n 30 tot 40 jaar geleden ben je als kind gedoopt. Op latere leeftijd ging je naar vereniging, en je hebt catechisatie gevolgd. Zo rond je 20e heb je belijdenis gedaan van je geloof. Op een gegeven moment kreeg je een baan, ben je getrouwd, en nu lopen er al een paar kinderen rond. Op dit moment ben je meelevend lid van een ... oh ja, een gereformeerde kerk (niet te hard zeggen hoor!).

Gereformeerd? Eigenlijk ben je helemaal niet zo met dat begrip bezig. Ja, je bent wel gereformeerd opgevoed, zoals dat heet. Maar daar gaat het toch niet om? Nee, je bent in de eerste plaats christen.

Gereformeerd? Herken je jezelf een beetje in wat hierboven staat? Het is een korte beschrijving van mijn leven. Maar zo omstreeks mijn 30e ben ik me langzaam aan gaan verdiepen in mijn gereformeerde ‘roots’. Wat betekent het voor mij eigenlijk dat ik gereformeerd ben?

Gereformeerd? Ik ben gaan ontdekken dat dit begrip tegenwoordig ten onrechte een negatieve lading heeft gekregen. Daar zijn allerlei verklaringen voor te geven, maar naar mijn mening is één daarvan: gebrek aan kennis van wat gereformeerd-zijn nu eigenlijk is.

Gereformeerd! Met deze site wil ik proberen een beetje het stof van dit woord af te blazen en zo iets te laten zien van de rijkdom van de gereformeerde traditie.