Ontdekkingstocht
Van doop tot belijdenis
Ik ben mijn hele leven al gereformeerd vrijgemaakt geweest. Ik ben in die kerk gedoopt, volgde gereformeerd basis– en middelbaar onderwijs, ging in mijn jeugd naar vereniging en volgde catechisatie. Mijn moeder was echter, voordat ze met mijn vader trouwde, opgegroeid in de christelijk gereformeerde kerk. Mijn moeder heeft in het begin van haar huwelijk erg moeten wennen aan de vrijgemaakte kerk. In haar beleving was deze veel zakelijker en minder warm dan de christelijk gereformeerde kerk. Ze voelde zich in de vrijgemaakte kerk, zeker in het begin van haar huwelijk, niet echt thuis. Zij was dan ook veel meer een gevoelsmens. Zeker in die tijd — de jaren zeventig — was er niet veel ruimte voor het gevoel in het geloofsleven in de gereformeerd vrijgemaakte kerk, in ieder geval in de plaats waar ik toen woonde. Ik denk dat ik wel ben gevormd door deze achtergrond. Geloof, dat was voor mij niet alleen maar verstand; daar hoorde ook het gevoel bij.
Verstand en hart
Maar aan dat gevoel, daar ontbrak het juist aan. Toen ik 18 jaar was ging ik belijdeniscatechisatie volgen. Toen het moment daar was om te beslissen of ik daadwerkelijk belijdenis ging doen, kon ik dat niet. Niet dat ik moeite had met de catechismus of zo. Nee, ik snapte het allemaal precies. Ik ben gezegend met een bovengemiddeld verstand. De hele leer van ellende, verlossing en dankbaarheid was voor mij niet zo’n probleem. Ik was er wel in geïnteresseerd, maar het bleef iets buiten mij. Op dat moment kon ik dat nog niet zo goed onder woorden brengen, denk ik. Maar ik wist wel dat ik toen nog geen belijdenis kon doen.
Achteraf zeg ik: ik geloofde wel met mijn verstand, maar niet zozeer met mijn hart. Ik zag de leer van de catechismus als een waarheid, ja ook wel als dé waarheid, maar toch ook op dezelfde manier, zoals ik op school andere ‘waarheden’ had geleerd.
Toeëigening
In die tijd — het was 1992 — werd ook de Vereniging van 1892 herdacht. (In 1892 gingen de Afgescheidenen (1834) en de Dolerenden (1886) met elkaar samen, waaruit de Gereformeerde Kerken in Nederland ontstonden. Een deel echter ging niet mee: de huidige Christelijk Gereformeerde Kerken). Ook begonnen toen de samensprekingen met de Christelijk Gereformeerden meer op gang te komen. Eén van de zaken waar het toen veel over ging betreft de zgn. ‘toeëigening des heils’. Dat gaat erover hoe jij persoonlijk deel krijgt aan het heil in Christus. Ik had nu een woord gevonden voor wat ik al eerder voelde: ik had wel veel geleerd over de verlossing in Christus, maar het was niet echt een deel van mezelf geworden; ik had het me niet toegeëigend.
In die tijd bad ik tot God. Ik vroeg: Wilt U mij meer gevoel geven? God heeft dat gebed zeker verhoord!
Martyn Lloyd-Jones
Uiteindelijk heb ik twee jaar belijdeniscatechisatie gevolgd en belijdenis gedaan. Ik heb toen van de kerk een prachtig belijdenisgeschenk gekregen: het boek ‘De Bergrede, pastoraal uitgelegd’ van Dr. D. Martyn Lloyd-Jones. Dat boek heeft een enorme impact gehad op mijn geloofsleven. In dat boek vond ik een prachtige balans tussen verstand en hart. Enerzijds het verstand: Lloyd-Jones is zeer analytisch in zijn preken; hij graaft ontzettend diep; hij legt het bijbelgedeelte grondig uit. En tegelijk brengt hij de boodschap zó, dat je er warm van wordt. Ik werd erdoor gegrepen in mijn hart. De boodschap van het evangelie ging steeds meer voor me leven. God was met me bezig.
De bijbel?
Toch bleef de bijbel vaak dicht. Ik las best boeken over de bijbel. Ik ging met veel plezier naar vereniging, ging graag naar de kerk. Maar zelf bijbellezen lukte niet echt. Eenmaal getrouwd bleef dat zo. Een nieuwe omgeving, een andere woonplaats, kennismaken met een andere gemeente; het zorgde wel voor een impuls in mijn geloofsleven. Mijn relatie met God verdiepte zich.
Gebed
Een andere impuls werd veroorzaakt doordat mijn vrouw en ik met nog vier anderen een groeigroep hadden gevormd. We waren sterk op elkaar betrokken. We groeiden echt naar elkaar en ook naar God toe. Daar heb ik ook leren bidden voor anderen. We behandelden een boekje over het gebed en een van de oefeningen was om elke dag op een vast tijdstip te bidden. Voor mij was dat ’s morgens, net voor het ontbijt. Ook hierdoor verdiepte mijn relatie met God zich. Maar nog steeds bleef de bijbel veel dicht.
Moeilijke tijden
In de zomer van 2001 werd ik ziek. Ik had een virale infectie opgelopen, waardoor ik tien weken thuis was, maar het totale herstel duurde ruim vijf maanden. Vooral in de eerste maanden was ik vaak erg moe. Voor mij is dat echt een periode van beproeving geweest. In die tijd vond ik veel bemoediging in een boekje van C.H. Spurgeon: ’De troon der genade’, met daarin 10 preken over het gebed. Eén preek ging over Psalm 50:15 (Statenvertaling): ‘Roept Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren.’ Daar heb ik toen ontzettend veel houvast aan gehad.
Een jaar later — eind 2002 — bleek mijn moeder kanker te hebben. Een lange, zware weg van operatie en chemotherapie volgde, maar alles leek positief. In de zomer van 2003 leek ze van de kanker af te zijn, maar een paar weken later werd die hoop de grond ingeboord: de kanker was terug en ditmaal was er niets aan te doen. Gedurende de periode van haar ziekbed (eind 2003) was ik aardig sterk. Ik bad veel tot God om genezing, maar ook om rust als Gods wil anders zou zijn. Toen duidelijk werd dat ze echt ging overlijden had ik daar redelijk snel vrede mee. Ze overleed eind januari 2004 op 50 jarige leeftijd. Gezien het vele lijden tijdens haar ziekte, zagen we dat echt als een verlossing.
Kort daarna werd ik angstig. Ik kreeg jeuk aan een moedervlek. Zou ik ook kanker krijgen of misschien al hebben, zo dacht ik. Die gedachten hadden mij in de greep. Als ik werkte ging het wel, maar thuis werd ik weer gevangen door die gedachten en had mijn gezin er onder te lijden. Ik kon aan niets anders denken. Dit betekende voor mij tegelijk een enorme geloofsstrijd. Ik wilde rust, ik wilde van die angst af en ik wist: God kan me daarvan bevrijden.
Overgave
Maar ik wilde tegelijk zelf de touwtjes in handen houden. Ik kon me niet overgeven aan God, want wat zou Hij dan met doen? Ik zag het voor me als een sprong in het diepe, maar ik durfde niet, ik kon het niet. Ik vertrouwde God niet. Zo ging dat een paar maanden, totdat ik het op een avond niet meer uithield en op mijn knieën ben gegaan en tegen God zei: ik weet het niet meer, ik kan het niet meer, doet U maar met me wat U wilt. Ik sprong ... en God ving me op!
Achteraf zeg ik: dat moment — ergens aan het begin van de zomer van 2004 — is voor mij een keerpunt geweest. Mensen die mij van daarvoor kennen hebben gemerkt dat ik veranderd ben. Zelf kwam ik tot de ontdekking dat ik honger en dorst had. Honger en dorst naar meer van God, van de Bijbel, van het geloof.
Ontdekkingstocht
God is werkelijk met me bezig gegaan. Hij heeft me geleid langs verschillende wegen, waardoor ik me in verschillende onderwerpen ging verdiepen. De bijbel ging echt open, ik nam tijd om te studeren op allerlei thema’s, zoals de doop, verbond, uitverkiezing en wedergeboorte. Christus is veel meer voor mij gaan leven (voorheen kon ik meer met God de Vader dan met Christus). Veel zaken die ik voor mezelf al als bekend veronderstelde zijn opnieuw, of voor het eerst, tot leven gekomen. God heeft me meegenomen op een (her)ontdekkingstocht. Enkele resultaten daarvan vind je op deze website.
0 reactie(s):
Een reactie posten